Sociale Uitkeringen - Hoofdstuk 1 Kinderbijslag


3.Rechtgevenden

Elke persoon die als hoofdbezigheid een zelfstandige activiteit uitoefent, kan aanspraak maken op kinderbijslag voor:

zijn kinderen, die van zijn echtgenoot, de gemeenschappelijke kinderen van de echtgenoten;
de kinderen die door hem of zijn echtgenoot zijn geadopteerd;
de kinderen over wie hij of zijn echtgenoot voogd is;
de kinderen van de persoon met wie hij wettelijk samenwoont en een huishouden vormt;
zijn broers, zusters, halfbroers en halfzusters op voorwaarde dat dit recht nog niet op een andere basis is ontstaan.
   
Op voorwaarde dat zij deel uitmaken van het gezin:
De van het gezin deel uitmakende kinderen voor wie hij, zijn echtgenoot of de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt, met de uitoefening van het ouderlijk gezag wordt belast door een vonnis van de jeugdrechtbank bij toepassing van de artikelen 370bis en 370ter van het Burgerlijk Wetboek;
de kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten, die van zijn echtgenoot, van zijn gewezen echtgenoot of de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt; de kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten van de persoon met wie hij wettelijk samenwoon(de)t en met wie hij geen huishouden meer vormt;
de kinderen van de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt, de kinderen die door deze personen geadopteerd of ten volle geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen, de kinderen van de gewezen echtgenoot, de kinderen die door de gewezen echtgenoot geadopteerd of ten volle geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen; de kinderen, de geadopteerde kinderen, de kinderen onder pleegvoogdij genomen, van de persoon met wie hij wettelijk samenwoon(de)t en met wie hij geen huishouden meer vormt;
de van het gezin deel uitmakende kinderen die aan de rechthebbende, zijn echtgenoot of de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt zijn toevertrouwd, ingevolge een rechterlijke beslissing omtrent de toekenning van de materiële bewaring of een maatregel van plaatsing door bemiddeling van of ten laste van een openbare overheid.

Voorwaarden voor de rechtgevenden

De kinderen waarvoor kinderbijslag kan toegekend worden, zijn de volgende:

kinderen die nog onderworpen zijn aan de leerplicht, tot 31 augustus van het jaar van hun 18e verjaardag;

de leerlingen tot het einde van de leerovereenkomst of leerverbintenis, maar uiterlijk tot 25 jaar;

Om geldig te zijn, moet de leerovereenkomst erkend zijn door:
- het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen
- het Institut Wallon de Formation en Alternance et des Indépendants et PME
- het Institut für Aus- und Weiterbildung im Mittelstand und in KMU.

Het loon dat wordt toegekend voor een tewerkstelling met een leerovereenkomst mag niet hoger liggen dan 480,47 € bruto per maand om kinderbijslag te genieten.

kinderen tussen 18 en 25 jaar die:

a) cursussen volgen in één of verscheidene onderwijsinrichtingen ofwel in één of verscheidene vormingscentra leergangen van de voortdurende vorming van de middenstand volgen, in het stadium van de opleiding tot ondernemingshoofd.

Het niet-hoger onderwijs:

Voltijds
Onderwijs voor sociale promotie en secundair onderwijs (atheneum, college, ...): de jongere moet minstens 17 uren per week les volgen om recht te hebben op kinderbijslag.

Deeltijds onderwijs of erkende vorming
Het moet gaan om deeltijds onderwijs of een vorming die erkend is door:
- de Vlaamse Gemeenschap
- de Franse Gemeenschap
- de Duitstalige Gemeenschap.

Het hoger onderwijs :

Onderwijs voor sociale promotie en hoger onderwijs (universiteit, hogeschool, conservatorium of militaire school): om het hele academiejaar kinderbijslag te genieten, moet de jongere vóór 30 november ingeschreven zijn voor minstens 27 studiepunten. Als de student zich na 30 november inschrijft voor minstens 27 studiepunten, dan heeft hij recht op kinderbijslag vanaf de maand van de inschrijving.
Als de opleiding niet uitgedrukt is in studiepunten, dan moet de student minstens 13 uren les volgen per week.

b) hoewel geen verplichte cursussen meer gevolgd worden, een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereiden (maximum één jaar);

c) een stage doormaken om te kunnen worden benoemd in een openbaar ambt;

d) alhoewel niet meer onderworpen aan de leerplicht, ingeschreven zijn als werkzoekende.

kinderen tot de leeftijd van 21 jaar:

- tenminste 66% lichamelijk of geestelijk gehandicapt zijn;
- die geboren zijn vanaf 2 januari 1996 met een aandoening.

    De kinderbijslag wordt eveneens toegekend gedurende een periode van 270 of 180 kalenderdagen, ten gunste van het kind die de studies of de leerperiode beëindigde, naargelang het de leeftijd van 18 jaar al dan niet bereikt heeft wanneer hij of zij de werkloosheidsuitkering aanvraagt. Dit recht wordt geschorst voor de volledige maand wanneer het kind een winstgevende activiteit uitoefent waarvoor hij of zij een vergoeding ontvangt die hoger is dan 499,86 € bruto per maand.


Studie en winstgevende activiteit

Voltijds onderwijs

De student die een winstgevende activiteit uitoefent behoudt zijn recht op kinderbijslag indien deze activiteit:

wordt uitgeoefend gedurende het 1ste, 2de, 4de kwartaal, met een maximum van 240 uren per kwartaal
wordt uitgeoefend tijdens de zomervakantie tussen twee schoolperiodes/studies, zonder beperking
wordt uitgeoefend tijdens de laatste zomervakantie, met een maximum van 240 uren per kwartaal

Opgelet !

Wie de kwartaalgrens overschrijdt, verliest het recht op kinderbijslag voor het volledige kwartaal.
Om recht te hebben op kinderbijslag voor de zomervakantie (juli, augustus en september) moet het kind een  recht hebben gehad in het vorige kwartaal (april, mei en juni).

Deeltijds onderwijs, leercontract en ondernemersopleiding

Het inkomen mag niet meer bedragen dan 499,86 EUR bruto per maand.

 

© Partena SVZ 2012 | Disclaimer