Elke persoon die als hoofdbezigheid een zelfstandige activiteit uitoefent, kan aanspraak maken op kinderbijslag voor:
| • | zijn kinderen, die van zijn echtgenoot, de gemeenschappelijke kinderen van de echtgenoten; |
| • | de kinderen die door hem of zijn echtgenoot zijn geadopteerd; |
| • | de kinderen over wie hij of zijn echtgenoot voogd is; |
| • | de kinderen van de persoon met wie hij wettelijk samenwoont en een huishouden vormt; |
| • | zijn broers, zusters, halfbroers en halfzusters op voorwaarde dat dit recht nog niet op een andere basis is ontstaan. |
| Op voorwaarde dat zij deel uitmaken van het gezin: | |
| • | De van het gezin deel uitmakende kinderen voor wie hij, zijn echtgenoot of de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt, met de uitoefening van het ouderlijk gezag wordt belast door een vonnis van de jeugdrechtbank bij toepassing van de artikelen 370bis en 370ter van het Burgerlijk Wetboek; |
| • | de kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten, die van zijn echtgenoot, van zijn gewezen echtgenoot of de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt; de kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten van de persoon met wie hij wettelijk samenwoon(de)t en met wie hij geen huishouden meer vormt; |
| • | de kinderen van de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt, de kinderen die door deze personen geadopteerd of ten volle geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen, de kinderen van de gewezen echtgenoot, de kinderen die door de gewezen echtgenoot geadopteerd of ten volle geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen; de kinderen, de geadopteerde kinderen, de kinderen onder pleegvoogdij genomen, van de persoon met wie hij wettelijk samenwoon(de)t en met wie hij geen huishouden meer vormt; |
| • | de van het gezin deel uitmakende kinderen die aan de rechthebbende, zijn echtgenoot of de persoon (of de personen) met wie hij een huishouden vormt zijn toevertrouwd, ingevolge een rechterlijke beslissing omtrent de toekenning van de materiële bewaring of een maatregel van plaatsing door bemiddeling van of ten laste van een openbare overheid. |
De kinderen waarvoor kinderbijslag kan toegekend worden, zijn de volgende:
| • | kinderen die nog onderworpen zijn aan de leerplicht, tot 31 augustus van het jaar van hun 18e verjaardag; |
|
| • | de leerlingen tot het einde van de leerovereenkomst of leerverbintenis, maar uiterlijk tot 25 jaar; |
|
| • | kinderen tussen 18 en 25 jaar die: a) cursussen volgen in één of verscheidene onderwijsinrichtingen ofwel in één of verscheidene vormingscentra leergangen van de voortdurende vorming van de middenstand volgen, in het stadium van de opleiding tot ondernemingshoofd.
b) hoewel geen verplichte cursussen meer gevolgd worden, een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereiden (maximum één jaar); c) een stage doormaken om te kunnen worden benoemd in een openbaar ambt; d) alhoewel niet meer onderworpen aan de leerplicht, ingeschreven zijn als werkzoekende. |
|
| • | kinderen tot de leeftijd van 21 jaar:
- tenminste 66% lichamelijk of geestelijk gehandicapt zijn; |
|
| • |
|
Studie en winstgevende activiteit
Voltijds onderwijs
De student die een winstgevende activiteit uitoefent behoudt zijn recht op kinderbijslag indien deze activiteit:
| • | wordt uitgeoefend gedurende het 1ste, 2de, 4de kwartaal, met een maximum van 240 uren per kwartaal |
| • | wordt uitgeoefend tijdens de zomervakantie tussen twee schoolperiodes/studies, zonder beperking |
| • | wordt uitgeoefend tijdens de laatste zomervakantie, met een maximum van 240 uren per kwartaal |
Opgelet !
| • | Wie de kwartaalgrens overschrijdt, verliest het recht op kinderbijslag voor het volledige kwartaal. |
| • | Om recht te hebben op kinderbijslag voor de zomervakantie (juli, augustus en september) moet het kind een recht hebben gehad in het vorige kwartaal (april, mei en juni). |
Deeltijds onderwijs, leercontract en ondernemersopleiding
Het inkomen mag niet meer bedragen dan 499,86 EUR bruto per maand.