Hoofdstuk 1: Zelfstandigen


Deel 2: Bijdrageplicht of niet ?

De verschillende categorieën van bijdrageplichtigen

Hoofdberoep

Het gaat hier om een persoon:

  • wiens zelfstandige activiteit zijn enige activiteit is;
die niet het minimum van de prestaties in het loontrekkend stelsel (of daarmee gelijkgesteld) bereikt en daardoor niet kan genieten van het barema “zelfstandige in bijberoep”.

Top
back

Bijberoep

Om de zelfstandige activiteit als “bijkomende activiteit” te kunnen beschouwen, moet er, naast deze bezigheid, nog een andere beroepsbezigheid gewoonlijk en hoofdzakelijk uitgeoefend worden (de hoofdactiviteit).
De hoofdactiviteit moet onder een andere Belgische pensioenregeling ressorteren dan die van de bijkomende activiteit (bv. werknemer, ambtenaar, onderwijzer, ...).
Onder “pensioenregeling” wordt verstaan: “ieder pensioensysteem waarbij de openbare overheid optreedt om het te reglementeren of aan de financiering ervan deel te nemen” (Algemeen Pensioenreglement van 22 december 1967).

De andere activiteit wordt als gewoonlijk en hoofdzakelijk beschouwd:

Indien de zelfstandige ook in de hoedanigheid van werknemer is tewerkgesteld met minstens de helft van het aantal arbeidsuren per maand dat een voltijdse werknemer in hetzelfde bedrijf of in dezelfde bedrijfstak zou presteren;
Indien de zelfstandige ook tewerkgesteld is in de openbare sector, moet deze activiteit minstens 8 maanden of 200 dagen per jaar uitgeoefend worden. Daarbij komt dat het aantal arbeidsuren per maand ten minste gelijk moet zijn aan de helft van het aantal maandelijkse arbeidsuren voor een voltijdse tewerkstelling;
In het dag- of avondonderwijs moet het gepresteerde uurrooster overeenkomen met tenminste 6/10e van een volledig uurrooster.

Bijzondere gevallen

In bepaalde gevallen wordt het "bijberoep" voor de zelfstandige behouden, ook al oefent hij geen hoofdberoep meer uit, namelijk :

1. indien hij een vervangingsinkomen ontvangt dat minstens gelijkwaardig is aan het bedrag van een minimumpensioen voor alleenstaanden (12.085,25 EUR op 1/01/2011), bijvoorbeeld :

een sociale uitkering (itkeringen ziekte- en invaliditeit of werkloosheidsuitkeringen) ;
van een vergoeding wegens arbeidsongeval, voor een ongeval op de weg van en naar het werk of voor beroepsziekte die een invaliditeit van minstens 66% veroorzaakt (en op voorwaarde dat de arbeid toegelaten is) ;
van een uitkering wegens tijdskrediet, op voorwaarde dat de zelfstandgie activiteit minstens 12 maanden voor het begin van het tijdskrediet werd uitgeoefend en voor zover het een volledige opschorting van voltijdse of halftijdse arbeid betreft. De cumul is altijd beperkt tot 12 maanden.
de werkloze moet beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Hij kan dus geen zelfstandige activiteit uitoefenen zonder zijn recht te verliezen op uitkeringen. Indien de werkloze kan aantonen dat hij zijn zelfstandige activiteit drie maanden voor het begin van de werkloosheid uitoefende en indien hij zijn activiteit uitoefent voor 7 uur of na 18 uur, dan kan hij deze activiteit verder blijven uitoefenen.

De inkomsten uit de zelfstandige activiteit moeten beperkt zijn.
Het is de RVA die de toelating geeft, rekening gehouden met bovenstaande criteria. Voor bepaalde activiteiten zal de RVA nooit haar akkoord geven, meerbepaald voor verzekeringsagenten, uitbaters in de HORECA, ….

2. Indien hij zijn pensioenrechten behoudt, in de veronderstelling dat het bedrag van het vervangingsinkomen lager is dan het bedrag vermeld onder punt 1.

 

Top
back

Artikel 37

Voorwaarden

Personen die als zelfstandige in hoofdberoep onderworpen zijn en studenten, kunnen op hun verzoek en onder bepaalde voorwaarden, gelijkgesteld worden met personen die hun activiteit als “bijberoep” uitoefenen, voor zover hun beroepsinkomen niet hoger is dan 6.599,04 € per jaar (activiteit aangevat vanaf 1/04/2009).
Wordt als student beschouwd: de verzekeringsplichtige die jonger is dan 25 jaar en die een getuigschrift van een school kan voorleggen.
Speciale bepalingen zijn ook voorzien inzake de berekening van de bijdragen ten voordele van weduwen en weduwnaars jonger dan 65 jaar, die een zelfstandige activiteit uitoefenen en die anderzijds genieten van een overlevingspensioen in het stelsel voor zelfstandigen of werknemers.
De betrokken personen worden verzocht om hun sociaal verzekeringsfonds hiervan op de hoogte te brengen met vermelding van de naam van de instelling die hun pensioen uitbetaalt en van het laatste ontvangen bedrag.

Sociale bijdragen

In principe zijn de verzekeringsplichtigen bij een begin van activiteit de minimumbijdrage verschuldigd. Het sociaal verzekeringsfonds kan echter een vermindering en zelfs een vrijstelling van de voorlopige bijdragen toekennen.
De betrokkenen dienen hiertoe het concreet bewijs te leveren dat hun inkomen beperkt zal zijn in de loop van deze periode van activiteit.
Bovendien kan deze vermindering of vrijstelling enkel toegestaan worden voor zover de aanvrager al recht heeft op prestaties in een stelsel van de verplichte sociale zekerheid dat minstens evenwaardig is aan het sociaal statuut van zelfstandigen (K.B. van 12.12.1991).
Indien de aanvraag tot vermindering of vrijstelling toegekend wordt, heeft dit, voor de betrokken periodes, het verlies van het recht op uitkeringen in het stelsel van de zelfstandigen in de sectoren “pensioen” en “ziekteverzekering” tot gevolg.

Top
back

Gepensioneerden

In opbouw

 

© Partena SVZ 2012 | Disclaimer